We gebruiken cookies om inhoud en advertenties te personaliseren, om functies voor sociale media aan te bieden en om de toegang tot onze website te analyseren. We delen ook informatie over uw gebruik van onze website met onze partners op het gebied van sociale media en analyse. Onze partners kunnen deze informatie combineren met andere informatie die u aan hen hebt verstrekt of die zij hebben verzameld als onderdeel van uw gebruik van de services. U accepteert onze cookies wanneer u klikt op “Accepteren” en deze website blijft gebruiken.

Accepteren Weigeren Privacy verklaring

Essays van Zuider Gymnasiasten gepubliceerd!

Eerder deze maand verscheen de essaybundel Poëzie in uitvoering met daarin twee bijdragen van leerlingen uit onze vijfde klas. Hun docent Nederlands, Henk Kleinrouweler, vertelt over de totstandkoming van deze bijzondere bundel:

‘Lang, lang geleden, in de tijden van het oude normaal – we spreken over februari van dit jaar – was er de Poëziedebat- & Essaydag in theater De Entree in ons eigen Rotterdam. De organiserende stichting School der Poëzie was van plan om de beste debaters en essayisten (onder wie uiteraard ook een aantal van onze deelnemende leerlingen uit klas 5) naar de finale in Antwerpen af te vaardigen. Dat zou in mei zijn geweest. En toen kwam corona…

Het kan natuurlijk niet de plaats innemen van een échte finale vol zinderende spanning, maar het onlangs door de creatieve geesten van School der Poëzie gepresenteerde alternatief – een essaybundel over door leerlingen gekozen gedichten – mag er zéker wezen! In de bijzonder stijlvol vormgegeven bundel Poëzie in uitvoering vertellen scholieren uit een zestal steden in Vlaanderen en Nederland hun allerindividueelste verhaal bij een door hen gekozen gedicht. Onder hen ook Wiktoria Filip en Irem Koçak, allebei vijfdejaars Zuider Gymnasiasten. Geïnspireerd door een gedicht van Marije Langelaar koos Wiktoria voor een bespiegeling over boosheid. Irem schreef een prachtig verstild verhaal over Brood, als toelichting bij het gelijknamige gedicht van Pierre Kemp.

De publicatie van deze twee hoogst eigen, kwetsbaar-persoonlijke teksten is een terechte beloning voor de creativiteit en het denk- en uitdrukkingsvermogen van deze twee talenten. Ze hebben hun essay weliswaar niet kunnen presenteren op de manier die oorspronkelijk de bedoeling was, maar om op deze wijze in boekvorm te worden vereeuwigd is minstens zo eervol – en nog veel duurzamer ook. Vita brevis, ars longa.’